|
Over de auteur
Ik was een stotteraar.
Ik ben beginnen te stotteren toen ik nog een kind was.
Tijdens mijn adolescentie verergerde mijn gestotter. Stotteren werd een
cruciaal probleem. Eenvoudige dingen zoals een treinbiljet of een krant
kopen waren dikwijls echte nachtmerries.
Afgestudeerd in 1989 begon ik mijn carrière als ingenieur in
de informaticasector. Ik stotterde verschrikkelijk wanneer ik met mijn bazen
moest praten. Ik was gefrustreerd omdat ik de indruk had dat mijn succes in
het beroep geen gelijke tred hield met mijn technische en menselijke
kwaliteiten.
Ik durfde met mijn familie niet over mijn gestotter praten.
Gedurende dertig jaar deden mijn ouders en ikzelf alsof er niks abnormaals
aan de hand was. Helemaal in het begin hadden mijn ouders het met mij over
stotteren willen hebben. Zij vreesden echter mij te kwetsen en op die manier
mijn gestotter te verergeren.
Drie jaar geleden beslisten ze mij erover aan te spreken.
Het was geen gemakkelijke beslissing en zij vroegen zich af hoe ik zou
reageren. Ze waren opgelucht toen ze merkten dat ik positief reageerde en
dat ik rustig over stotteren kon praten zonder dat ik méér dan naar gewoonte
hakkelde. Het was voor mij eveneens een opluchting te ontdekken dat ik nu
vrijuit met mijn familie over stotteren kon praten. Van toen af wist ik dat
ik op hen kon rekenen en dat ik niet meer alleen stond in mijn strijd tegen
een onzichtbare vijand.
Ze raadden me aan me in te schrijven voor een stage in een
revalidatiecentrum dat hun dokter had aanbevolen. Ik telefoneerde direct.
Het centrum had echter definitief zijn deuren gesloten. Ik was zeer
ontgoocheld. Mijn houding tegenover stotteren veranderde evenwel totaal. Ik
was vast besloten stotteren niet meer te ondergaan maar te vechten tegen de
kwaal die mijn leven verwoestte.
In het begin was dit moeilijk, want ik wist niet hoe het
probleem aan te pakken. Nadat ik veelvuldig opzoekingwerk had verricht,
begreep ik dat stotteren een fenomeen is dat de gehele persoonlijkheid
omvat. Alleen een totale aanpak zou het volledig kunnen uitschakelen.
Ik stelde mijn eigen therapie op punt en na enkele weken
intensief oefenen, kwam ik tot de vaststelling dat mijn spreektrant
duidelijk verbeterd was. Ik ging door met oefenen en twee maand later
stotterde ik praktisch niet meer.
Stotter ik nu nog? Ja, soms zoals iedereen… Mijn
spraakbelemmering is in feite niet méér waarneembaar als bij een
niet-stotteraar die van tijd tot tijd aarzelt, die midden in een zin stopt,
die een lettergreep één of tweemaal herhaalt omdat hij in de war is of omdat
hij het juiste woord niet vindt. Niemand op deze planeet heeft een perfecte
spreektrant en ik ben geen uitzondering op de regel. Zoals 99% van de
wereldbevolking heb ik nu een lichte spraakbelemmering.
Ik besliste een boek te schrijven en het te verspreiden via
het web met de bedoeling alle stotteraars van de gehele wereld te helpen. De
getuigenissen van mijn lezers sinds de publicatie van
Totaaltherapie voor stotteren waren voor
mij de bevestiging dat deze totaalomvattende aanpak de juiste was.
Toen de redactie van mijn boek
Totaaltherapie voor stotteren ten einde was, heb ik een exemplaar
per e-mail aan mijn ouders verstuurd. Enkele dagen later antwoordden ze mij:
“Dat is nu het soort boek dat wij lang geleden, toen je begon te stotteren,
graag zouden gelezen hebben. Gedurende al die jaren was stotteren voor ons
een totaal mysterie en hadden wij niet de flauwste notie van wat jij
voelde.” Toen realiseerde ik me dat dit boek niet alleen nuttig kon zijn
voor de stotteraars maar ook voor hun entourage.
Phillip Roberts
|